Les 3 |  lerareninstructie

Lees eerst de instructie of bekijk eerst de les via onderstaande link.
Presenteer les 3 

 

Leraarinstructie Droom les 3

Print de beknopte lesinstructie via de rode print-instructiebutton onderaan deze pagina.

Start: Toon de projectposter op het digibord. Vertel: "Vandaag gaan we verder met het project 'Maak je eigen droomkamer'. We gaan praten en nadenken over vormen."  

> Button nr. 1 - 'Handjes in de lucht!' Vraag: "Wie weet hoe deze vorm heet?" Vraag de leerlingen om deze vorm denkbeeldig in de lucht na te tekenen met hun handen/vingers.
Klik pijltje > Vraag: "Hoe heet deze vorm?" Vraag de leerlingen om deze vorm denkbeeldig in de lucht na te tekenen met hun handen/vingers.
Klik pijltje > Vraag: "En hoe noemen we deze vorm?" Vraag de leerlingen om deze vorm denkbeeldig in de lucht na te tekenen met hun handen/vingers.

> Button nr. 2 - 'Welke vorm?' Vraag: "Welke vorm zie je in dit ijsje?" Vertel: "Teken hem maar met je vingers na in de lucht." Vraag: "Wie ziet nog meer vormen rondom in de klas, die op een driehoek lijken?"
Klik pijltje > Vraag: "Is dit óók een driehoek?"
Klik pijltje > Vraag:"Welke vorm zie je hier op straat?"

> Button nr. 3 - 'Welke vorm?' Vraag: "Welke vorm zie je in deze kerstbal?" Vertel: "Teken hem maar met je vingers na in de lucht." Vraag: "Kun je dingen opnoemen die je thuis hebt en die op een cirkel lijken?"
Klik pijltje > Vraag: "Welke vorm zie je hier afgebeeld. En vraag: Hoeveel tel je er?"
Klik pijltje > Vertel: "Soms liggen er zelfs cirkels op je bord. En je bord is ook weer een cirkel."

> Button nr. 4 - 'Welke vorm?' Vraag: "Welke vormen zie je in dit gebouw?" Vertel: "Teken ze maar met je vingers na in de lucht." Vraag: "Kun je dingen opnoemen die je buiten ziet en die op een vierkant lijken?"
Klik pijltje > Vertel: "Kijk, nog meer vierkanten." Vraag: "Welke kleuren zie je? En hoeveel vierkanten zie je?"
Klik pijltje > Vraag:"Welke vorm zie je hier afgebeeld en hoeveel tel je er?"

> Button nr. 5 - 'Hoe heet deze vorm?' Vraag: "Wie weet hoe de vorm heet die deze meneer vasthoudt?"
Vertel:  "We zagen bij vraag 4 voorbeelden van vierkanten. Die zijn altijd even hoog als breed. Maar een rechthoek is eigenlijk een 'uitgerekt' vierkant." 
Vraag de leerlingen om deze twee vormen denkbeeldig in de lucht na te tekenen met hun handen/vingers: "Kunnen jullie nog eens een vierkant in de lucht tekenen? En nu een rechthoek?"  

> Button nr. 6 - 'En... deze?' Vraag: "Welke vormen zie je in het plaatje van de springende vrouw op de trampoline?"

> Button nr. 7 - 'Noem maar op!' De afbeelding toont een verzameling van cirkelvormige, vierkante en driehoekige vormen. Vraag: "Zie je in deze foto vormen die we besproken hebben? Zoja, kun je ze aanwijzen en opnoemen?".  
Laat enkele leerlingen één voor één een vorm op het digibord aanwijzen en benoemen.

> Button nr. 8 - 'Huisje bouwen' Hier kunnen de leerlingen 'spelen' met ronde, driehoekige en vierkante vormen, door de gele objecten één voor één naar de grijze vorm te slepen en zo de groene vorm na te 'bouwen'. Als de vorm juist is, verandert de kleur van geel in groen. Ze kunnen een kerk nabouwen een boom en een wolk.
Via het pijltje ga je naar het volgende scherm. Klik op de resetbutton om het nog een keer te bouwen.
Laat leerlingen één voor één het 'huisje bouwen' op het digibord proberen.

Tijdsduur les
± 35 minuten 

Hulpmiddelen
> Digitaal schoolbord

Voorbereiding
Bekijk voorafgaand aan de les
   de inhoud van de les door alle
   buttons na te lopen. 
Print de beknopte instructie. 



Lesvorm
Klassikaal: de leerlingen beantwoorden de vragen klassikaal en bespreken met elkaar de vragen en antwoorden. 

Locatie
Klaslokaal